NLP : neurolinguistisch programmeren
Wereldmodel: ‘je kaart is niet het gebied’ de wereld zit in ons hoofd en ons lijf!


Één van de essenties van een psychologische benadering is, hoe zij de relatie tussen mens en wereld ziet. NLP is daar duidelijk over: de wereld zit in ons hoofd en ons lijf. Op grond van onze zintuiglijke indrukken creëren we een beeld van de werkelijkheid ofwel een model van de wereld. Ons wereldmodel bestaat uit overtuigingen, die gebaseerd zijn op generalisaties over meerdere ervaringen. We zien, horen, voelen, ruiken en proeven dingen en daarop baseren we ideeën over wat er is, hoe het er is en wat ermee mogelijk is. Die zintuiglijke weergaven gebruiken we als de generalisaties eenmaal zijn gevormd op hun beurt als bewijs dat onze overtuigingen kloppen. Enerzijds bepaalt wat we waarnemen dus hoe ons wereldmodel er uitziet, anderzijds bepaalt ons wereldmodel wat we waarnemen, welke selectie we maken uit alle mogelijke indrukken. Met andere woorden, ons wereldmodel levert ons onze waarnemingsfilters. En die filters bepalen op hun beurt weer de verdere ontwikkeling van ons wereldmodel, want wat we niet waarnemen kan onze visie op de wereld niet beïnvloeden...

Wereldmodel: ‘je kaart is niet het gebied’
We reageren niet op de wereld zelf, niet op het gebied, maar op ons wereldmodel, de kaart van het gebied. Waarom zou je naar de kaart kijken, als je midden in het gebied staat? Waarom reageren we niet gewoon rechtstreeks op onze zintuiglijke indrukken zoals ze binnenkomen? Waarom hebben we überhaupt een wereldmodel nodig? We hebben een plattegrond van de werkelijkheid nodig om de enorme stroom informatie te kunnen verwerken die via onze zintuigen binnenkomt. We kunnen niet alles waarnemen. We moeten een keuze maken, omdat de capaciteit van ons denken gewoon niet groot genoeg is om alle aanwezige details tegelijkertijd te verwerken. Dus maken we een keuze uit de binnenkomende informatie en we doen dat grotendeels onbewust op grond van ons wereldmodel. Anders gezegd, ons wereldmodel resulteert in waarnemingsfilters waardoor we de wereld om ons heen bekijken.

Neurolinguistiek
We organiseren vervolgens onze zintuiglijke indrukken middels de taal. Aan wat we ervaren geven we via de taal een betekenis, die in overeenstemming is met wat we al wisten. Er is volgens Korzybski een wisselwerking tussen ons zenuwstelsel en ons taalgebruik. Die wisselwerking kunnen we letterlijk een neuro-linguïstische wisselwerking noemen. Op dit niveau van interpretatie treden vervormingen op, die we te danken hebben aan de aard van de taal.

Overtuigingen: richtingbepalend voor wat we doen
Overtuigingen zijn generalisaties. Ik geloof dat de zon morgen op zal gaan omdat ik dat al mijn hele leven meemaak. Als mens kunnen we iedere generalisatie in stand kunnen door een combinatie van weglating en vervorming. Als het morgenochtend ineens niet licht wordt, denk ik niet dat de zon niet opgegaan is, maar dat ze mijn ramen hebben dichtgeplakt. We hebben het nu over 'generalisaties' en 'overtuigingen' in hun algemeenheid. Maar niet iedere overtuiging heeft evenveel invloed op ons leven. De overtuiging 'het water kookt doordat het gas eronder brandt en het heeft verhit' zal mijn functioneren als mens in beduidend mindere mate beïnvloeden dan de overtuiging 'wat ik het liefste wil krijg ik toch nooit'. Over het algemeen kunnen we zeggen dat overtuigingen meer invloed hebben naarmate ze: (a) algemener, en (b) persoonlijker zijn. Het belang van een overtuiging wordt doorgaans groter naarmate deze zich op een logisch hoger niveau bevindt: wat ik geloof over mijn omgeving overtuigingen over mijn gedrag overtuigingen over vermogens overtuigingen over de werkelijkheid (over overtuigingen) overtuigingen over wie ik ben overtuigingen over grotere gehelen waar ik een deel van ben. Overtuigingen over hogere machten, traditioneel met het woord 'geloof' aangeduid, worden overigens binnen NLP op dezelfde manier benaderd als overtuigingen over aardse zaken. Ons wereldmodel is een systeem van overtuigingen. NLP stelt dat onze overtuigingen onze vermogens en gedragingen bepalen. Met andere woorden, wat we kunnen en wat we doen, zal in enkele gevallen invloed hebben op wat we geloven, maar vaak ook niet. Anderzijds zal wat we geloven zeker invloed hebben op wat we kunnen en wat we doen, omdat we onze overtuigingen gebruiken om onze vermogens en ons gedrag te organiseren.

(zie: website IEP: www.iepdoc.nl - IEP: Instituut voor Eclectische Psychologie, Nijmegen)